De Dubbele Buurt

Er was geen doorlopende waterverbinding mogelijk tussen de Kostverlorenvaart en Overtoomse Vaart enerzijds en Schinkel anderzijds, daarom moesten kleine vrachtschepen door middel van een omhaal over de overtoom getrokken worden. Terwijl passagiers die via trekschuit van Amsterdam naar, bijvoorbeeld, Leiden of Rotterdam, wilden reizen, bij de Overtoom overstappen. Dit en het feit dat de Overtoom ook een knooppunt vormde van het landverkeer tussen Amsterdam, Sloten en Amstelveen, zorgde ervoor dat er zich hier al vroeg aan weerszijden van de Kostverlorenvaart allerlei bedrijfjes, winkels en herbergen vestigden. Volgens tekeningen en prenten is er rond 1600 al een aardige nederzetting met statige panden, die zich met recht een voorstad van Amsterdam mocht noemen. Eén van de gebouwen aan de Overtoom is de Hof van Holland (zie afbeelding 1: Abraham Rademaker. Het hoff van Holland met het Leydse veerhuys voor de Overhaal. Ca. 1710. Stadsarchief.), een herberg met trapgevel die in 1916 is afgebroken. Verder is er van de -voorstad- rondom de overtoom, die later Dubbele Buurt is gaan heten, behalve het Aalmeerder Veerhuis, weinig meer over. De uiteindelijke genadeslag voor het buurtje was de verplaatsing van de sluis naar de Nieuwe Meer en de aanleg van de enorme basculebrug, waardoor het veel van haar levendige karakter verloor. Het Aalsmeerder Veerhuis (Afbeelding 2: Nicolaas Aartman Het einde van de Overtoom met geheel links het Aalsmeerder Veerhuis. 1755.
Stadsarchief.) is volgens de gevelstenen gebouwd in 1634. Op de gevelsteen boven de ingang staat te lezen:De nering is hier goet Godt lof men draecht het bier hier op en of. Het huis wordt van oudsher De Bonte Os genoemd. In het midden van de sierlijst tussen gevelsteen en ingang staat een os afgebeeld.

Bronnen: A.J.M. Rövekamp. De Overtoom en Dichtersbuurt. Den Haag: Kruseman’s, 1978.

Hoe is de Overtoom aan zijn naam gekomen?

De tegenwoordige Overtoom heette oorspronkelijk Heilige Weg en het kanaal dat men er later langs aangelegde, de in 1902/1903 gedempte Overtoomsche Vaart, heette oorspronkelijk Heilige Vaart. Hoe is de Overtoom dan aan zijn naam gekomen?
Als we nog even naar de plattegrond van Amsterdam en omgeving van Floris Balthasar kijken, dan zien we aan het einde van de Heilige Weg, daar waar de Heilige Vaart in de Schinkel uitkomt (ter hoogte van de huidige Overtoomse Sluis), de naam ‘den ouertoom’ ingetekend, oftewel: de Overtoom. Een overtoom is een plaats waar schepen over een dam tussen twee ongelijke waterniveaus worden getrokken.

Voor het ontstaan van deze dam moeten we kijken naar een andere vaart die begin 15de eeuw is aangelegd om de Schinkel met het IJ, en dus met Amsterdam, te verbinden: de Kostverloren Vaart. Dit verbindingskanaal (de oorspronkelijke naam is niet bekend) werd aangelegd als snellere en dus goedkopere verbinding met de steden Leiden en Rotterdam. Voorheen waren die steden uitsluitend via het Spaarne en dus via Haarlem te bereiken, wat allerlei kosten in de vorm van tol- en bruggelden met zich meebracht. Het kanaal was dus een behoorlijke aderlating voor Haarlem en de stad ondernam er actie tegen door er een dam in op te werpen op de plek waar hij uitkwam in de Schinkel. De stad Amsterdam stak die dam op zijn beurt voortdurend door om de kosten voor de aanleg van de vaart niet verloren te laten gaan; vandaar dat het kanaal de Kostverloren vaart is gaan heten. Uiteindelijk kwam het Hoogheemraadschap Rijnland tussen beiden, en besliste de de dam mocht blijven, maar dat Amsterdam kleinere schepen over de dam mocht tillen, via een overtoom. Of Haarlem daarwerkelijk een dam opwierp tegen het concurrerende Amsterdam, of dat het hoogheemraadschap de dam gewoon uit waterhuishoudkundige redenen heeft aangelegd (om het achterliggende land tegen overstromingen te beschermen), zullen we misschien nooit weten.


De overtoom was in ieder geval werkzaam tot 1808, toen hij vervangen werd door een sluis. De straat die we nu kennen als de Overtoom kreeg die naam officieel in 1901, één jaar voordat begonnen werd met de demping van de Overtoomse vaart. De brug die de Overtoom met de Surinamerstraat verbindt heet nog steeds Overtoomse Sluis. Aan de fysieke overtoom berinnert alleen nog het noeste beeld van een werker die aan het rad van een overtoom draait van de beeldhouwer Hildo Krop, dat hij in de 1920er jaren maakte, en dat verwerkt is in deze brug.

Bron: A.J.M. Rövekamp. De Overtoom en Dichtersbuurt. Den Haag: Kruseman’s, 1978.

De Overtoomse Sluis: bruggen (1)

In 1808 werd de dam, die de Schinkel scheidde van de Kostverlorenvaart vervangen door een sluis. Deze lag oorspronkelijk wat zuidelijker dan de huidige brug. Voor het vervoer over land, tussen Amsterdam en Sloten, werd een houten ophaalbrug aangelegd. Deze ophaalbrug lag in het verlengde van de huidige Andreas Schelfhoutstraat en werd rond 1900 door een ijzeren brug vervangen. In 1925 werd deze ijzeren brug op zijn beurt vervangen door een tweede ophaalbrug, die wat noordelijker kwam te liggen, in het verlengde van de toen pas aangelegde Surinamestraat. In 1940 verving men de sluis door de Schinkelsluis, die een stuk verder naar het zuiden, tussen de Schinkel en het Nieuwe Meer, gebouwd werd. Vlak daarna besloot men ook de brug te vervangen door een meer solide exemplaar, die het steeds toenemende verkeer beter aankon, en waar ook trams over heen konden rijden.

Volgens de natuurstenen hoekstenen stamt deze laatste brug uit het jaar 1942 of werd in dat jaar op zijn vroegst gestart met de bouw ervan. Deze laatste werd in 1948 voltooid en is met zijn beweegbare brugdek een zogenaamde basculebrug.

Naast de twee hoekstenen met “Anno” en “1942” is er nog meer beeldhouwwerk op de zuidkant van de brug aanwezig, dat vervaardigd is door de Amsterdamse stadsbeeldhouwer Hildo Krop (1884–1970). Op de beide brughoofden bevinden zich aan de ene kant twee ‘overtoomwerkers’, die aan de voormalige overtoom herinneren, en aan de andere kan twee ‘bouwers’, die mogelijk de opbouw van de stad symboliseren. Aan de uiteinden van de brug bevinden zich ook nog twee pijlen die de windrichtingen noord en zuid aangeven, iets wat in meer Amsterdamse bruggen uit die tijd voorkomt.

Fotogallerij


Afb 1 De Overtoomse sluis. 2007.

Afb 2 Detail. 2007.

Afb 3 Detail. 2007.

Afb 4 Detail. 2007.

Afb 5 Detail. 2007.

Afb 6 Detail. 2007.

Afb 7 Detail. 2007.

Foto’s Vincent Steenberg

Bronnen
Artikel Overtoomse Sluis op Wikipedia
A.J.M. Rövekamp. De Overtoom en Dichtersbuurt. Den Haag: Kruseman’s, 1978.

De Overtoom: een Heilige Weg

De Overtoom is naast onder andere de Wibautstraat, de Hobbemakade en de Jan van Galenstraat, één van de belangrijkste uitvalswegen in Amsterdam. Waarin de Overtoom zich echter onderscheidt van deze andere straten is zijn ouderdom.

Op de plattegrond van Amsterdam en omgeving uit de Atlas van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1610-1615 van Floris Balthasar staat hij al ingetekend. Alleen niet als Overtoom en ook niet als Overtoomsche Vaart, zoals het gedempte kanaal dat tot het einde van de negentiende eeuw langs deze straat liep, maar als de Heÿleÿche Wech, oftewel Heilige Weg. Nu ken je vast wel de Heiligeweg, de winkelstraat in de Amsterdamse binnenstad, die de Kalverstraat met het Koningsplein verbindt. Trek deze nu in je gedachten via de Leidsestraat door naar de Overtoom en je hebt het oorspronkelijk tracé van de Heiligeweg.

Deze weg is in de middeleeuwen aangelegd, naar directe aanleiding van het Mirakel van Amsterdam. Dit mirakel zou in maart 1345 plaats hebben gevonden in een huis aan de huidige Kalverstraat, toen een op sterven liggende man ’s avonds een hostie toegediend kreeg van een priester, deze echter uitbraakte, waarop een helpster de hostie in het brandende vuur gooide. Als deze helpster het de volgende ochtend koud heeft en het vuur wil aanmaken, vindt ze de witte hostie ongeschonden in de haard. Op de plaats van het huis wordt niet lang na dit mirakel een kapel gebouwd: de Heilige Stede. Amsterdam was in die nog een vrij onbetekenende paats en daarom ook over land vrij slecht bereikbaar. Bedevaartgangers die de Heilige Stede wilde bezoeken moesten dat aanvankelijk doen via zogenaamde loopvelden over drassige veengronden. Speciaal voor hen werd dus tussen 1360 en 1370 de Heilige Weg aangelegd, die Amsterdam niet alleen, via de Sloterweg, met Sloten verbond, maar later ook, via de Amstelveense weg, met Amstelveen.

|